zoeken
knop: zoek

Groene uitvaart Wet- en regelgeving

Toelichting reparatie van de Wlb

plaatje: bulletEind juli 2010 is bij de Tweede Kamer een reparatiewetje* ingediend, waarbij o.a. de Wet op de lijkbezorging wordt gewijzigd. De meeste wijzigingen zijn verbeteringen, waarbij vergissingen recht worden gezet. Bijvoorbeeld waarbij 20 jaar in 10 jaar wordt veranderd, terwijl eerder in de tekst al 10 jaar staat.
Opmerkelijk is dat ook de regeling over het eigendom van de grafbedekking, die per 1 januari 2001 nieuw in de wet is gekomen, wordt aangepast. De wetgever heeft nu ontdekt dat de regeling alleen geldt voor sinds die datum geplaatste grafstenen, terwijl het de bedoeling was dat de regeling ook zou gelden voor bestaande graven en grafstenen. Grafstenen waren door natrekking op grond van het Burgerlijk Wetboek eigendom van de begraafplaatshouder. De wetswijziging van januari wilde dat de familie eigenaar van de grafmonumenten bleef.
Volgens de juridisch medewerker van Uitvaart.nl, mr. Willem van der Putten, bevat de reparatiewet echter een nieuwe fout. “In de toelichting staat dat de eigendom van wat op een graf is geplaatst, terugkeert naar de oorspronkelijk rechthebbende. Maar de rechthebbende (of bij een algemeen graf: de gebruiker) hoeft helemaal niet de eigenaar van een grafmonument of andere voorwerpen te zijn. Ik geef als voorbeeld het graf van vader, waar moeder rechthebbende van is, maar waar de kinderen de steen voor hebben betaald; dan zijn de kinderen eigenaar. En zij blijven dat. De eigenaren zijn dus een ander dan de rechthebbende of de gebruiker. Daarom is de tekst niet helemaal juist.”
Van der Putten vervolgt: “Persoonlijk vind ik de nieuwe regeling over het eigendom van grafmonumenten in artikel 32a van de wet een heel onhandige regeling. Eeuwen lang is het zo geweest dat een grafmonument na plaatsing op het graf door middel van natrekking eigendom werd van de houder van de begraafplaats. Alleen heeft de jurisprudentie in 1993 en 2002 dat - met name ook voor juridische leken - nog eens helder gemaakt. In de praktijk van alledag gaf dat geen probleem. Sterker, de juridische verhoudingen van partijen waren helderder en zuiverder, ook al merkten zij dat in de praktijk niet. Die juridische verhoudingen waren geregeld in het grafrecht en in de beheersverordening of het beheersreglement van de begraafplaats.”
"Mijn bezwaar tegen de nieuwe regeling is dat het juridisch onduidelijke situaties schept” zegt Van der Putten. “De rechthebbende (van een particulier of eigen graf) of gebruiker (van een algemeen graf) is niet per definitie de eigenaar. Voor derden is onduidelijk wie die eigenaar is en wie men kan aanspreken bij eventuele schade die door het monument is veroorzaakt. Vroeger kon men wel altijd de rechthebbende of gebruiker aanspreken; diens gegevens waren bij de begraafplaats bekend. Een begraafplaatshouder kan niet weten of iemand anders dan een rechthebbende het grafmonument heeft betaald en heeft laten plaatsen.
Natrekking is niet voor niets een nuttige hoofdregel in ons recht; de verantwoordelijkheden en risicoaansprakelijkheid zijn dan duidelijk. De regeling van artikel 32a heeft m.i. vooral de sympathie van de leek die niet bekend is met alle aspecten van begraven en die niet beseft welke onduidelijkheden dit oproept. De enige partij die voordeel heeft van de nieuwe regeling zijn steenhouwers. Zij kunnen nu makkelijker een grafsteen afnemen, als die niet betaald is en zij een eigendomsvoorbehoud hebben gemaakt.”
Is deze onduidelijkheid op te heffen? Volgens Van der Putten wel: “Als men niet wenst dat de grafbedekking eigendom wordt van de houder van de begraafplaats, dient mijns inziens niet slechts de natrekkingsregel worden opgeheven, maar de rechthebbende op of gebruiker van het graf als eigenaar te worden aangewezen. Dan wordt wel weer duidelijkheid geschapen. Maar of de Tweede Kamer dit ook zelf bedenkt, betwijfel ik.”

* Kamerstuk 32 456, nr. 2. De officiële naam is: Herstel van wetstechnische gebreken en leemten alsmede aanbrenging van andere wijzigingen van ondergeschikte aard in diverse wetsbepalingen op het terrein van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Reparatiewet BZK 2010)

Bekijk hieronder alle kamerstukken chronologisch op een rij: