zoeken
knop: zoek
Home/

plaatje: Thanatopraxie

Thanatopraxie

plaatje: bulletThanatopraxie is een behandeling die het ontbindingsproces tijdelijk vertraagt en het besmettingsgevaar doet wijken. Op dit moment is thanatopraxie mogelijk in alle ons omringende landen en sinds 1 januari 2010 ook in Nederland.

Inleiding

Het woord `tijdelijk` geeft al het verschil aan tussen balsemen en thanatopraxie. Balsemen is een manier om overledenen een zo lang mogelijke tijd te bewaren, zonder dat het uiterlijk wezenlijk verandert. Men spreekt dan over conservering van een lichaam voor de lange termijn.

Bij thanatopraxie is het doel van de behandeling een overledene voor enkele dagen te conserveren met een uitloop tot 10 dagen na het overlijden. Thanatopraxie is te verdelen in twee gebieden: de tijdelijke conservering en het cosmetisch gedeelte (het ‘restaureren’ van een overledene en het opmaken). Voor een goede restauratie is het eigenlijk noodzakelijk het lichaam eerst tijdelijk te conserveren, omdat de ingebrachte conserveringsvloeistof een eiwitverhardende werking heeft op de lichaamscellen.

Wettelijke bepalingen ten aanzien van conserverende behandelingen

De Wet op de lijkbezorging is duidelijk over conserverende bewerkingen van een lichaam na het overlijden. Hieronder volgen de regels:
1 In Nederland mogen alleen leden van het Koninklijk Huis na overlijden gebalsemd worden. Andere hooggeplaatste personen mogen eventueel gebalsemd worden met toestemming van de minister van Volksgezondheid.
2 In Nederland mogen overledenen wel worden gebalsemd voor transport naar het buitenland.
3 Een ter beschikking van de wetenschap gestelde overledene zal omwille van de houdbaarheid gebalsemd worden.
4 Op een op zee verblijvend Nederlands schip mag een aldaar overleden persoon ook gebalsemd worden.
5 Wanneer het overlijden in het buitenland heeft plaatsgevonden en de overledene is daar gebalsemd, dan is het toegestaan de overledene in Nederland te begraven of te cremeren, ondanks de strenge voorschriften in de wet.

Ontstaansgeschiedenis

Rond het jaar 1800 was koeling nog een onbekend fenomeen. Wanneer iemand kwam te overlijden betekende dat in veel gevallen een snelle ontbinding.
De Franse legerarts Gannal werd tijdens zijn studie chirurgie regelmatig geconfronteerd met de thanatomorphose (lijkontbinding) en de daaruit voortvloeiende kwalijke geuren en vrijkomende lichaamsvochten. Door de lichamen te injecteren met een vloeistof op basis van een acetaatoplossing en aluminiumzout ging hij de strijd aan tegen de ontbinding. In de loop der jaren verbeterde hij deze vloeistof. De arts van Napoleon heeft na het overlijden van de keizer op het eiland St.Helena dezelfde conserveringsmethode gebruikt.

Tijdens de Amerikaanse burgeroorlog werden door Thomas Holms diverse conserveringen uitgevoerd, omdat de lichamen van gesneuvelde soldaten vaak over grote afstanden moesten worden vervoerd: van het front naar huis. Prof. J.H. Clark stichtte in 1852 de eerst opleidingsschool in Cincinatti. In de Verenigde Staten van Amerika worden tegenwoordig bijna alle lichamen met een hygiënische conserveringsmethode behandeld.

Na de Tweede Wereldoorlog werd thanatopraxie eerst in Engeland en daarna in Frankrijk een vrij algemeen gebruikte conserveringsmethode. Momenteel wordt 75% van de Engelsen na hun overlijden tijdelijk geconserveerd en in Frankrijk circa 45% van alle overledenen.

Verschil tussen balseming en thanatopraxie

Bij balseming gaat het om conservering voor een zeer lange termijn, terwijl thanatopraxie slechts een uitstel van de intreding van de ontbindingsverschijnselen beoogt. De gebruikte vloeistoffen verschillen dan ook.

Bij balsemen wordt er gebruik gemaakt van een relatief hoog percentage formaline. Bij thanatopraxie is het bestanddeel formaline heel gering (0.5%). De rest van de vloeistof bestaat uit kleurstoffen, zouten en andere mineralen in een bepaalde samenstelling die de lichaamscellen tijdelijk, voor ongeveer 10 dagen, conserveren.

Werkwijze bij thanatopraxie

In de opleiding tot thanatopracteur wordt veel aandacht besteed aan het observeren van het lichaam, de doodsoorzaak en het bloedvatensysteem. Deze aandachtspunten zijn de leidraad voor het samenstellen van de vloeistof, die geïnjecteerd wordt in de bloedbaan.

Een paar voorbeelden van deze observatie. Bij aderverkalking zal aan de vloeistof voor het conserveren een stof moeten worden toegevoegd, die er voor zorgt dat de doorstroming in de bloedvaten wordt bevorderd. En bijvoorbeeld een ernstige leveraandoening resulteert in veel gevallen in een gele verkleuring van de huid. Zou dan de gebruikelijke kleurstof aan de vloeistof worden toegevoegd, dan zal de overledene na behandeling een ernstige groene verkleuring vertonen.

Bij thanatopraxie wordt een opening gemaakt in een slagader, waardoor de vloeistof kan worden ingebracht. Voordat de injectering kan plaatsvinden, wordt een ader geopend om eventueel aanwezig bloed weg te laten vloeien. De hoeveelheid vloeistof die in het lichaam wordt ingebracht, is sterk afhankelijk van de het postuur van de overledene. Bij een overledene met een tenger postuur hoeft minder vloeistof te worden gebruikt dan bij een lang of zwaar persoon. Gemiddeld wordt er tussen de vijf en de tien liter vloeistof gebruikt. Het door verdroging veranderde uiterlijk zal door de behandeling weer een natuurlijk beeld geven.

Het cosmetische effect van thanatopraxie

Bij thanatopraxie is het cosmetische effect voor de nabestaanden het meest opvallende. Doordat de bloedcirculatie in het lichaam tot stilstand is gekomen zullen na het overlijden aanvankelijk donker gekleurde vlekken ontstaan, de zogenaamde lijkvlekken. Dit komt omdat het bloed naar de laagst gelegen plaatsen van het lichaam zakt. Ook in de vingertoppen, waar zich vele kleine bloedvaatjes bevinden, zullen verkleuringen ontstaan. Snel na het overlijden ontstaan hier bloedstolsels en omdat er geen afvloeiing meer is, zal door de ontstane druk een donkere verkleuring ontstaan.

Door de huid van de overledene licht te masseren zal de licht getinte conserveringsvloeistof de bloedvaatjes vullen. Na ongeveer een uur zal de overledene in plaats van wasbleek met donkere vlekken weer een meer natuurlijke kleur krijgen.

Thanatopraxie en restauratieve technieken

Nadat de overledene is behandeld, wordt deze gekleed. Op verzoek van de nabestaanden kunnen er cosmetische producten opgebracht worden. Wanneer een overledene bijvoorbeeld ten gevolge van een ongeval beschadigd of verminkt is, zal de thanatopracteur in veel gevallen in staat zijn door middel van hecht- en lijmtechnieken de beschadigingen te herstellen. De restauratie van overledenen stelt de nabestaanden in de gelegenheid alsnog afscheid te nemen, wat de verwerking van het rouwproces positief beïnvloedt.

Effecten van thanatopraxie op opbaring en afscheid nemen

Na de thanatopraxiebehandeling kan de overledene worden opgebaard bij normale kamertemperatuur, zonder dat daarbij gebruik gemaakt wordt van een koelinstallatie.
De opbaring zonder koelinstallatie voorkomt warmtevorming en motorgeruis in de opbaarruimte. Opbaren op bed of divan kan zonder problemen worden uitgevoerd. Verkleuringen en andere ontbindingsverschijnselen zullen geen belemmering meer vormen bij het afscheid nemen.


Cura Mortu Orum mortuariabeheer b.v.
Afdeling Speciale Diensten
www.zdg.nl